Via onze vakorganisatie, de Vereniging Nederlandse Kunsthistorici (VNK) ontving K&WH de aankondiging van de VBCN curatorenprijs. Een nieuwe aanmoedigingsprijs voor tentoonstellingsvoorstellen is een prima initiatief:

‘Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) lanceert een nieuw initiatief: VBCN OPEN Werk uit bedrijfscollecties. Dit is de eerste editie van een nieuwe curatorenprijs die tweejaarlijks door de VBCN wordt uitgereikt. De prijs is bedoeld om hedendaagse curatoren te ondersteunen door hen een podium te bieden en de kans te geven een expositieconcept te realiseren. […] De tentoonstelling kan worden samengesteld uit de kunstcollecties van de aangesloten 52 leden. De winnaar ontvangt een bedrag van EUR 2.500,-. […] De prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan een curator met het meest creatieve, inhoudelijke, en professionele expositievoorstel.’

Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, luidt het gezegde. Maar de tekst van deze aankondiging roept wel enkele vragen op. Zo is niet duidelijk welke groep ‘curatoren’ precies wordt bedoeld: studenten en net afgestudeerde kunsthistorici, medewerkers van musea in loondienst, freelance en zelfstandig werkende gastcuratoren? Of al die vakgenoten samen? Dit initiatief is namelijk niet voor alle drie die groepen even aantrekkelijk.

 

Voor starters is dit wellicht een mooie opstap en voor kunsthistorici in loondienst vermoedelijk een aantrekkelijke mogelijkheid om buiten de eigen instelling een project te realiseren. Maar voor de grote groep freelance en zelfstandige curatoren is de stimulans die deze prijs aan de beroepsgroep moet bieden minder duidelijk.

Er wordt nadrukkelijk om een ‘creatief, inhoudelijk en professioneel expositievoorstel’ gevraagd. Naast die conceptontwikkeling zal de winnende gastcurator waarschijnlijk ook enige betrokkenheid hebben bij de praktische tentoonstellingsorganisatie en de publiciteit rond de prijsuitreiking. Wie de door hem/haar te investeren werkuren dan even optelt, realiseert zich meteen dat de gemiddelde freelance of zelfstandige gastcurator hierbij zal inschieten. Het voordeel aan de zijde van de VBCN is helder: een uniek, ‘professioneel’ expositieconcept wordt verkregen voor slechts 2.500 euro (onder marktconforme tarieven).

Stel dat musea in deze tijden van crisis dit voorbeeld volgen. Zij stoppen een klein deel van hun gebruikelijke tentoonstellingsbudget voor externe expertise in een nieuw stipendium en besteden het vrijkomende budget aan andere dringende zaken. Zou dat freelance gastcuratoren nog vaker ‘een platform bieden’ of hen eerder het vak uit stimuleren?

 

De prijs is bedoeld als stimulans voor het gehele vakgebied, maar getuigt van weinig inzicht in de beroepspraktijk van gastcuratoren, waarvan een groot deel zelfstandig werkt. Niet voor niets komen de stipendia die in het buitenland vanuit het bedrijfsleven voor de kunsten beschikbaar worden gesteld, doorgaans meer in de richting van marktconforme beloningen. In Nederland ligt de nadruk op de ‘eer’, maar in tijden van economische crisis kiezen is voor ondernemende vakgenoten juist belangrijk dan hun unieke concepten naar waarde worden beloond. 

Deze prijs komt meer in de richting van de stagevergoedingen die in het bedrijfsleven (waaruit de VBCN voortkomt) wel gebruikelijk zijn. Wellicht is de prijs ook voornamelijk bedoeld als aanmoediging - voor een pas afgestudeerde of andere starter, die nog niet professioneel werkzaam is in het vakgebied of nog weinig tentoonstellingen op zijn/haar naam heeft staan. In dat geval zou het zinvol zijn om de berichtgeving aan te passen.

 

In Nederland zijn opvallend weinig vakprijzen aantrekkelijk of toegankelijk voor de grote groep zelfstandige vakgenoten. De ene prijs is alleen voor starters, andere kent een leeftijdsgrens, en weer andere zijn uitsluitend gericht op publicerende academici. Zo ‘belonen’ uitgevers en academische organisaties regelmatig onderzoekers met de ‘kosteloze publicatie’ van hun Masterscriptie of proefschrift. Het is soms de vraag wie het feitelijke voordeel geniet en of de geleverde prestatie werkelijk naar waarde wordt beloond.

Nogmaals, iedere nieuwe prijs is een welkom initiatief. Maar het is wel jammer dat juist een organisatie die voortkomt uit het bedrijfsleven – de vrije markt – er niet voor koos om ondernemerschap te belonen. Waar blijft de prijs die de prestaties van freelance kunsthistorici bekroont? Misschien kan een dergelijk initiatief in de nabije toekomst vanuit de RFZK en haar leden worden opgericht...

Weergaven: 159

Opmerking

Je moet lid zijn van Register Freelance en Zelfstandige Kunsthistorici om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Register Freelance en Zelfstandige Kunsthistorici

© 2022   Gemaakt door Andréa A. Kroon.   Verzorgd door

Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden